Kerstverhaal 2025
Een bijzonder meisje
Het was een gure winterdag. De bomen, een paar weken eerder nog getooid met gele bladeren, zwiepten wild in de wind en regen. De bladeren vielen gestaag en vormden een vieze, veelkleurige, kleddernatte brei op de straatstenen en stoeptegels. Het was op deze dag dat er een baby geboren werd. Een meisje zag het levenslicht op een dag dat het zonlicht werd versluierd door voortjagende zwartgrijze wolken.
Terwijl het kersverse ouderpaar de baby in de armen sloot, deden ze een belofte. “Dit wordt het meest bijzondere meisje ter wereld!”
Deze mantra bleven ze herhalen. En toen het meisje haar vierde verjaardag vierde en het weer hoorde van haar moeder, vroeg ze de terechte vraag: “Mama, wat betekent bijzonder zijn dan?”
“Dat betekent dat je anders bent dan de rest.” Zei haar moeder terwijl ze de mooiste jurk voor het meisje uit de kast had gehaald. “Als je bijzonder bent, dan doe je anders, dan ben je anders. Dan ben je… bijzonder.”
Het meisje dacht daar even over na, hing toen de jurk terug in de kast en trok een oud vod aan. Want, zo bedacht ze, een mooie jurk op je verjaardag is niet bijzonder: dat doet iedereen! En nu ze er zo over nadacht… toen de bel ging rende ze in haar versleten jurk naar de voordeur en nam het cadeautje aan. Daarna kondigde ze aan dat er geen verjaardag zou zijn: iedereen vierde zijn of haar verjaardag. Zij zou bijzonder zijn en het niet doen!
Haar moeder moest, met schaamrood op de kaken, het bezoek binnen laten en zeggen dat ze een bijzonder kind had. En daar had ze gelijk in; de wens van haar en haar man kwam uit. Vanaf die dag, de dag dat ze begrepen had wat bijzonder zijn was, had ze zichzelf als doel gezet alleen nog maar bijzonder te zijn.
Haar beste vriendje en vriendinnetje werden aan de kant gezet; iedereen had vriendjes en vriendinnetjes. Dat was dus niet bijzonder! Ze droeg warme kleren op warme dagen en shirts en korte broekjes op koude dagen. Ze klappertandde, maar ze was in elk geval bijzonder. Ze bracht haar ouders en leraren op de rand van de wanhoop. Ze haalde op school geen goede cijfers, want dat was niet bijzonder. Maar ze haalde ook geen slechte cijfers, want dat was hélemaal niet bijzonder!
Nee, het meisje wisselde haar cijfers netjes af; de ene keer haalde ze een tien. De andere keer haalde ze een één. Dat was wel bijzonder, maar dramatisch voor haar gemiddelde. Daarom bleef ze zitten, wat haar niet veel uitmaakte want dat was best wel bijzonder! Na een paar jaar doorkwakkelen ging ze naar het bijzonder onderwijs… Die ga ik niet uitleggen.
Omdat ze niet dom was blonk ze uit op deze school waardoor ze het advies kreeg om een hoge vervolgopleiding te volgen. Dat was bijzonder, dus dat hield haar tevreden.
In het voortgezet onderwijs was ze steeds meer bijzonder. Als enige meisje zorgde ze ervoor dat ze geen vriendinnen had, alleen maar vrienden. Ze was aardig tegen leraren die niet populair waren en een hork tegen de populaire leraren. Wanneer ze huiswerk kreeg vroeg ze standaard of het bijzonder was wanneer ze dat zou maken? En af en toe wisselde ze gewoon om; dan ging ze wiskunde maken in de les van aardrijkskunde, geschiedenis bij de handenarbeid en lichamelijke oefening tijdens maatschappijleer.
Het punt is dat niemand haar onder de duim kon houden. Toen ze voor de zoveelste keer met een briefje naar de directeur werd gestuurd omdat ze iets anders had gedaan wat de leraar zei verzuchtte deze: “Ik heb van geen enkel kind zoveel last gehad als van jou! Je cijfers zijn goed, uitmuntend, maar je luistert niet en doet alleen maar rotzooi schoppen!”
“Is dat bijzonder?” Wilde het meisje weten?
“Ja, eigenlijk wel.”
“Mooi!” En haar dag, nee, haar jaar! Was weer goed.
Al op haar veertiende verloofde ze zich. Dat was bijzonder. En het was ook bijzonder dat ze vlak voor haar achttiende verjaardag het huwelijk weer afblies. Het meisje werd een vrouw en ze hield vol bijzonder te zijn. Toen ze op een bijzondere reis naar Noord Korea was geweest en de douane haar bij thuiskomst vroeg om bijzonderheden, was het hek van de dam.
Ze leerde autorijden en reed daarna, tot ergernis van haar medeweggebruikers, alleen nog maar op een bijzondere manier. Bij het ministerie waar ze de boetes uitdelen had ze een eigen wand met verkeersboetes. Niet dat ze die heel veel reed; ze hield het strikt zo dat het wel bijzonder bleef. Maar op elke snelheidsfoto stond ze op een bijzondere manier.
Dat bijzonder zijn niet altijd leuk hoeft te wezen kwam ze ook achter. Ze verbrak contact met haar ouders; ja, daarmee contact onderhouden was nu eenmaal niet bijzonder. En ze meed uitgaan, vrienden en alles dat populair was.
Uiteindelijk werd ze een kluizenares. Een vrouw die in een oud huis op de heuvel woonde en praktisch nooit naar buiten kwam. Want naar buiten komen was niet bijzonder. Maar in huis blijven was op gegeven moment ook niet bijzonder meer. Ze moest naar buiten toe om bijzonder te blijven. Ze verzon uiteindelijk een bijzondere manier om bijzonder te zijn. Op een gedenkwaardige dag gebeurde iets bijzonders: een stoet bezorgers kwam aan de deur van de vrouw.
Nu was dat niet bijzonder, iedereen heeft tegenwoordig minstens eens per week een bezorger aan de deur. Maar dat er dertig vrachtwagens bij één adres moeten zijn; dat trekt de aandacht. En de vrouw bleef vastbesloten bijzonder te zijn en de aandacht te trekken. De volgende dag verscheen ze op het balkon van haar huis in een bijzondere, zelfgemaakte jurk.
Er waren niet veel mensen om het te zien, maar het was bijzonder om de kluizenares buiten te zien. En bijzonder omdat ze een bijzondere jurk aan had. Dat waren die vrachtwagens natuurlijk komen brengen: naaispullen en alles wat ze nodig had om bijzondere kleren te maken.
De volgende dag, op precies dezelfde tijd, stond ze er weer. Nu in een andere bijzondere zelfgemaakte jurk. Het praatje ging al snel door het dorp:
“Die vrouw, die bijzondere! Die staat elke dag om tien voor twaalf op haar balkon met een jurk te showen!”
De bijzondere vrouw werd een bijzondere attractie. De dag erop stonden er al meer mensen om te kijken hoe ze in weer een nieuwe jurk verscheen. En een dag later moest de politie het verkeer in goede banen leiden. Bij de volgende herdruk van de VVV-folder werd de vrouw als “must see” bestempeld. Mensen konden nu niet meer bij haar huis blijven staan; Elke dag was er een stoet langs het balkon om de vrouw te bekijken.
Ze zei niets. Ze keek niet eens. Ze stond er maar. Ze draaide met de versiersels van haar jurk, snoof de lucht in en keek naar haar nagels. Dit was elke dag tot op een bijzondere dag iets bijzonders gebeurde bij de bijzondere vrouw. De koning en koningin vonden het zulk bijzonder nieuws dat ze ook besloten een kijkje te komen nemen. Maar… op deze bijzondere dag verscheen de bijzondere vrouw niet om tien voor twaalf!
De koning en koningin stonden een beetje ongeduldig en onwennig te wachten. De koning was gefrustreerd omdat hij hiervoor een vakantie naar Griekenland had uitgesteld. En de koningin kon niet wachten om te zien wat voor jurk de bijzondere vrouw aan zou hebben. De vrouw verscheen pas om half een op het balkon! Blijkbaar vond ze elke dag dezelfde tijd niet bijzonder en nam ze nu een andere tijd! Dat was best wel bijzonder, als je erover nadacht. Zelfs de koning moest dit toegeven toen hij een uur later opsteeg naar de Griekse kust en de koningin via de telefoon in het toestel naar haar coutier belde om de jurk na te laten maken.
Net als dat de bijzondere vrouw na haar bijzondere reis naar Noord Korea dertig uur werd ondervraagd door de marachaussee over bijzonderheden was ook nu het hek van de dam. De vrouw verscheen nu op verschillende tijdstippen. Soms was het een week lang tien voor twaalf. Of ze verscheen op welk willekeurig tijdstip dan ook. Zelfs midden in de nacht kon ze ineens in een jurk verschijnen.
Wie denkt dat ze geen inkomen had komt bedrogen uit. Mensen waren zo onder de indruk dat ze geld in haar tuin gooiden. Die ruimde ze eens in de zoveel tijd leeg en ze hield er een leuk salaris aan over.
Kinderen waren op gegeven moment niet meer welkom bij het showen van de jurk. Dit omdat de bijzondere vrouw op een bijzondere dag besloot dat zonder kleren proberen een jurk te showen ook wel bijzonder was en ze poedelnaakt op het balkon verscheen. De buurt sprak er schande van, maar de politie kon er niets aan doen; de bijzondere vrouw mocht volgens de wet naakt op haar balkon verschijnen. Het was niet dat ze iets dééd wat niet mocht.
Het was op een bijzondere winterdag dat dit alles ineens veranderde. De vrouw had weer een jurk genaaid. Ze wachtte tot vijf voor twaalf, heel bijzonder, en ze stapte naar buiten. Ze ging staan en hoorde… niets.
Normaal sloeg ze geen acht op de mensen die kwamen kijken, zij waren niet bijzonder, maar als er niemand was om te zien hoe bijzonder ze was. Hoe bijzonder was ze dan? Ze keek naar de lege straat. Normaal was er een stoet mensen die haar aangaapte. Maar nu was er niemand! Ook bijzonder… maar niet op de manier die ze wilde! Er was niemand om haar aan te gapen. Niemand om haar te zien en niemand die geld in haar tuin wierp. Bijzonder… maar niet op de manier die ze wilde! Kon men nog wel zien hoe bijzonder ze was als er niemand was om te zien hoe bijzonder ze wel niet was?
Ze besloot haar uurtje af te breken, trok haar meest bijzondere stoute schoenen aan en verliet haar huis. Dat was bijzonder, maar er was niemand om te zien hoe bijzonder dat was! Ze keek links door de straat. Ze keek rechts door de straat. Zelfs de politieagenten waren er niet om de stoet in goede banen te leiden. Bijzonder… maar niet op de manier die ze wilde!
Ze besloot iets bijzonders te doen. Ze begon te lopen, op zoek naar mensen! Waar was iedereen? Waarom waren de straten verlaten? Waarom was er niemand op zoek naar haar? Was ze dan niet bijzonder meer? Dat was bijzonder… maar niet op de manier die ze wilde!
Op gegeven moment gebeurde iets bijzonders. Ze zag een man over straat lopen. Hij zelf was niet bijzonder, maar hij had een stapel cadeautjes bij zich. Bijzondere pakjes die bijzonder glansden en waren afgewerkt met een bijzondere strik. De bijzondere vrouw besloot iets bijzonders te doen: ze had haar bijzondere en stoutste schoenen al aan. En ze besloot de man aan te spreken. Dat was bijzonder… maar niet op de manier die ze wilde!
‘Meneer?’ Ze zwaaide en liep op hem af. ‘Meneer, mag ik iets vragen?’
De man stopte en keek verbaasd naar de vrouw.
‘Zozo.’ Zei hij. ‘Dat is bijzonder. De bijzondere vrouw met de bijzondere jurk heeft haar bijzondere balkon verlaten en loopt nu over straat. Dat is bijzonder! Wat wil je vragen bijzondere vrouw?’
De vrouw voelde een zenuwtrekje bij haar oog. Zo vaak bijzonder horen… maakte het woord minder bijzonder. Dat was bijzonder… maar niet op de manier zoals ze het wilde. Ze besloot dus meteen ter zake te komen.
‘Meneer. Waar is iedereen? Ik sta, heel bijzonder, op mijn balkon om vijf voor twaalf en er is niemand om te zien hoe bijzonder ik wel niet ben!’
‘Dat is toch ook bijzonder?’ Vroeg de man terug.
‘Ja, maar niet op de ma… het is bijzonder dat er niemand is. Er is dus iets nog bijzonderder dan ik ben!’ Zei de vrouw.
‘Ja, want het is een bijzondere dag.’ Zei de man. ‘Het is kerst.’
De vrouw dacht na. Kerst. Ja, ze had vroeger kerst gevierd met haar familie. Tot ze wist dat iedereen kerst vierde. Dan was het dus niet bijzonder meer. Dus ze vierde het ook niet meer. Ze zei dus wat ze toen ook had gezegd.
‘Waarom vier je kerst? Dat is toch niet bijzonder? Iedereen viert kerst!’
‘Ah.’ De man stak een vinger op, wat bijzonder was voor iemand die zijn armen vol had met pakjes. ‘Kijk; kerst is niet bijzonder. Het is elk jaar, en iedereen viert het. Maar het is bijzonder wat je van kerst maakt! Kijk, ik werk het hele jaar door op een boorplatform. En nu ga ik voor het eerst in een jaar bij mijn ouders langs. Dat is bijzonder. Misschien moet jij hetzelfde gaan doen, bijzondere vrouw.’
De bijzondere vrouw aarzelde. Dat was op zich al bijzonder omdat ze eigenlijk nooit aarzelde. Ze wist niet eens of haar ouders nog leefden. En nu ze erover nadacht… was het meer bijzonder wanneer ze dood waren of dat ze nog leefden?
De man zag de aarzeling van de vrouw.
‘Wil je anders met mij mee en meemaken hoe bijzonder kerst kan zijn?’ Stelde hij voor.
‘Met een vreemde meegaan?’ Vroeg de vrouw. ‘Dat heb ik nooit gedaan?’
‘Dan is het toch bijzonder?’ Stelde de man. Hij glimlachte haar toe en maakte een hoofdknik dat ze mee mocht lopen.
Ze kwamen bij een huis dat van boven tot onder was versierd met kerstlichtjes. Dat maakte een huis, dat eigenlijk niet meer was dan een rijtjeshuis in een gemiddelde jaren tachtig wijk, bijzonder. Zo bijzonder dat de vrouw, die toch al haar bijzondere stoutste schoenen aan had getrokken meeliep naar de voordeur.
Die werd geopend door een man met een grote witte snor en een bijzondere twinkeling in zijn ogen.
‘Zoon! Je bent er. En wie is deze bijzondere dame?’
‘Deze dame is heel bijzonder.’ Zei de man tegen zijn vader. ‘Ze wilde weten hoe wij van kerst een bijzondere dag maken. Kan ze mee-eten?’
‘Natuurlijk kan dat, we gaan toch gourmetten.’ Zei de vader.
‘Maar… dat is toch niet bijzonder?’ Vroeg de vrouw.
‘Klopt.’ Zei de man. ‘Iedereen doet het. Maar we doen het op een bijzondere dag. Dat maakt het bijzonder. En hoe meer mensen erbij zijn, hoe bijzonderder het wordt.’
Dat moest de vrouw nog maar aanzien. Ze vond het steeds minder bijzonder worden. Ze liep mee het huis in waar een ware explosie aan kerstspullen plaats had gehad. Kinderen, neefjes van de man, renden gillend door elkaar. Dat was niet bijzonder want alle kinderen gilden. Al was het misschien bijzonder dat deze kinderen heel erg hard gilden. En het was ook niet echt bijzonder dat iedereen haar hartelijk begroette.
Een kerstboom in huis, zelfs als die bijna door boog onder het gewicht van geblazen zilver zoals deze, was niet bijzonder.
Het gourmetten was alles behalve bijzonder. En de kerstliedjes die over de radio klonken waren eveneens gespeend van elke bijzonderheid. Het was misschien bijzonder dat na het eten de kinderen te vol en te moe waren om nog te gillen. Hoewel… dat deden alle kinderen.
Toen de man die ze die dag had ontmoet haar die avond naar huis bracht kon ze zich dan ook niet inhouden.
‘Ik vond er niets bijzonders aan.’
‘Echt niet?’ Vroeg de man verbaasd.
‘Ik ben dan misschien wel bijzonder, maar ik weet hoe mensen kerst vieren. En zo doet iedereen het! Misschien dat het in de dichte bossen van Borneo anders gaat. Maar dit was niet anders dan iedereen.’
‘En toch is het bijzonder.’ Hield de man vol.
‘Nee, dat is het niet.’
‘Jawel.’ Hield de man vol. Hij glimlachte. ‘Voor jou misschien niet. Want jij bent bijzonder met je jurken en af en toe… minder dan dat. Maar deze dag is bijzonder. Deze kerstdag werd al gevierd voor jij geboren werd en bijzonder werd. Nog voor ik geboren werd. Er zal een dag zijn dat ik geen kerst meer kan vieren. Er zal ook een dag zijn dat jij niet meer op je balkon verschijnt. Omdat we dan dood zijn. Dat is niet bijzonder, dood gaan we allemaal. Maar er zal wel nog steeds aan kerst worden gedaan. Misschien op een andere manier. Misschien zelfs op een andere dag. Maar men zal herinneren dat kerst al tweeduizend jaar wordt gevierd omdat een bijzonder kind geboren werd. Niet jij, zeker niet ik. Maar een kind dat werd geschonken aan ons mensen. Iets wat wij nog elk jaar mogen vieren. Maakt enkel dat verhaal het niet bijzonder?’
‘Meer bijzonder dan mijn balkon?’ Vroeg de vrouw twijfelend. ‘Of mijn jurken?’
‘Die zullen er op gegeven moment niet meer zijn. Maar dit kind en de reden waarom die aan de wereld werd geschonken zal voor eeuwig zijn. Deze dag zal voor eeuwig zijn. Of je het nu viert in de bossen van Borneo of in een rijtjeshuis met gillende kinderen.’
De vrouw keek de man aan. Ze voelde iets wat ze alleen nog maar had gevoeld wanneer ze in haar spiegel keek. Wanneer ze een nieuwe jurk maakte voor de volgende dag. Wanneer ze werd aangekeken door bezoekers die langzaam door haar straat sloften.
‘Je bent bijzonder.’ Zei ze.
‘Nee.’ Zei de man hoofdschuddend. ‘Ik ben niet bijzonder. Deze dag is bijzonder. Meer bijzonder dan jij of ik.’
Ze waren aangekomen bij haar huis.
‘Denk er over een jaar nog eens over na.’ Zei de man. ‘En als je niet bijzonder wil zijn op een bijzondere dag, dan mag je weer langskomen.’
De bijzondere vrouw had een heel jaar om daarover na te denken. En dat deed ze. De dag erna verscheen ze weer op het balkon in een nieuwe jurk. Nu was er wel publiek. De rest van het jaar was er publiek. Maar het knaagde aan haar. Elke keer wanneer ze een uur per dag op haar balkon stond. De man had wel gelijk; zij zou vergeten worden als ze niet elke dag zou verschijnen. Maar nog eens kerst vieren… dat was niet bijzonder. Waarom zou ze het dan ook doen?
Toen ze een jaar later wakker werd in haar bijzondere bed tussen haar bijzondere spullen dacht ze er nog steeds over na. Zou ze op deze bijzondere dag iets niet-bijzonders gaan doen?
Toen bedacht ze dat ze een heel jaar al aan deze dag had gedacht. Dat was bijzonder. En was het dan ook niet bijzonder om een keer iets niet bijzonders te doen? Want dat deed ze eigenlijk nooit.
Ze trok dus weer haar bijzondere stoutste schoenen aan en liep naar het huis dat er weer uit zag alsof het was aangevallen door een bommenwerper met kerstlichtjes. Toen ze aanbelde deed de man open. Hij glimlachte.
‘Je wilde niet bijzonder zijn?’ Vroeg hij met een beetje spot in zijn stem.
‘Nou, op deze bijzondere dag niet bijzonder zijn.’ De vrouw glimlachte terug. ‘Dat is toch ook bijzonder?’
En dat was het ook. Dit jaar was niet anders dan vorig jaar. De neefjes en nichtjes gilden. De gourmetplaat gloeide en de kerstmuziek klonk. Allemaal niet bijzonder. Tot de man een cadeautje onder de boom vandaan haalde en aan haar gaf.
‘Ik krijg nooit cadeaus.’ Zei ze. ‘Omdat iedereen ze al krijgt, dus dat is niet bijzonder.’
‘Maar dan is het toch bijzonder als ik een cadeau aan jou geef?’ Zei de man.
Het was geen heel bijzonder cadeau. Hoewel… een bijzondere ketting. En toen ze die om had gedaan en de man haar ten dans vroeg op een bijzonder rustig kerstnummer besefte de bijzondere vrouw dat ze met deze bijzondere dag haar meest bijzonderste dag had beleefd.
Ze was nog altijd bijzonder. Maar met bijzonder lieve mensen die normaal deden in alle bijzonderheid. Die haar bijzonder deden voelen en die hen bijzonder maakten in haar ogen. Daarom was deze kerst. De tweede keer dat ze deze bewust vierde. De meest bijzondere kerst van haar bijzondere leven.
En er zouden inderdaad nog vele kerstdagen volgen. De dagen bijzonder. De verhalen bijzonder. En de vrouw… tja, die bleef ook bijzonder.
-Einde-