Verschenen: 16 augustus 2018
De hitte in mijn tuintegeltuintje was de afgelopen weken niet te harden. Ik denk niet dat ik de enige ben met die klacht. Zelfs het onkruid dat normaal rond deze tijd vrolijk groen wuivend tussen de tegels komt zetten vergeelde en verdorde bij de aanblik van de verzengende zon. En mijn onkruid was niet het enige. Een vriend en goede collega is afgelopen zomer ook bezweken. Niet aan de hitte, maar aan een vreselijke ziekte die hem van een kwieke oudere in een paar weken tijd wist te vellen. Net als de warmte van de dubbele hittegolf die ons land teisterde in de afgelopen weken is ook zijn warmte niet meer aanwezig.
Maar de zon kan terugkomen. Het is dus raadzaam om te genieten van dit normale zomerweer voor de hitte weer terugkomt. En om te vieren dat het een stuk koeler was besloot ik afgelopen weekeinde om naar Den Haag te gaan. Ik had namelijk een toegangskaartje weten te bemachtigen voor de openstelling van paleis Noordeinde. Het werkpaleis van koning Willem-Alexander en Prinses Máxima. En natuurlijk om te kijken in het bestuurlijk hart van onze natie. Het binnenhof op de televisie zien is iets anders dan daadwerkelijk daar een broodje eten op een terras en te horen hoe een demonstratie voor een gevangengenomen Koerd wordt opgevoerd. Toen de Koerd in kwestie na twee uur nog altijd in de klauwen van president Erdogan was besloot ik maar weer huiswaarts te keren. Naar een plek waar ik de wegen ken en waar de hoogste gebouwen de gebouwen zijn die niet in de buurt staan.
Maar, uiteraard, werd ik geconfronteerd met de gesloten Merwedebrug. Als er iets een hoofdpijndossier is voor de regio is het wel het stalen tweebogige gevaarte. De weg naar het zuiden was afgesloten en noopte mij ertoe om een heel stuk door het Brabantse land te trekken in mijn poging om huiswaarts te geraken. Intussen kon ik, in stilte, schelden op alle mensen die te maken hadden met de afsluiting en de omleidingen. Voor zo lang als ik weet wordt er overleg gepleegd over de Merwedebrug. Al zo lang als ik weet zijn er gesprekken over aanpassing en verandering. over nieuwbouw. Maar door onwil, wegkijken en onkunde zijn we inmiddels zo ver dat het een kwestie is geworden van moeten. Een paar jaar geleden moest zelfs de hele brug op slot voor alle vrachtwagens omdat die dreigde in te storten zodra er ook maar een trailer over het wegdek reed.
Maar dat was niet mijn enige grief terwijl ik over het Hollands Diep reed. Ook gingen mijn gedachten terug naar de aankondiging van de sluiting voor dit weekeinde. Dat Rijkswaterstaat het niet nodig vond om meer veerdiensten te laten draaien. En daar wringt bij mij de schoen. Want: hoezo niet nodig? Net als het feit dat van alle schadeclaims ingediend naar aanleiding van de afsluiting er maar één is gehonoreerd. Was de rest niet nodig? Of waren misschien de regels zo belachelijk ver opgerekt dat het onmogelijk was om je gelijk te halen? Voor wie denken ambtenaren die deze dingen bedenken eigenlijk dat ze werken? Ze werken toch voor ons? Wij betalen toch, collectief, hun salaris? Misschien dat we bij de verkiezingen in november een college kunnen kiezen dat eens op tafel slaat en het ambtenarenapparaat hieraan durft te herinneren. Hoewel… dat is werken en daar worden politici en ambtenaren heel moe van.