Het is weer carnavalstijd. Persoonlijk heb ik niets met carnaval. Bovendien wordt, als ik de lokale SGP moet geloven, Jezus kriegel van het feest met een religieuze inslag. Dus het gaat aan mij voorbij. Misschien dat ik een nummer van Lamme Frans luister, maar daar is dan ook alles mee gezegd.
Nu moet ik wel bekennen dat Carnaval een van de meest ondergewaardeerde attracties van de Efteling heeft gebracht. Nee, niet Carnaval festival. Van Carnaval Festival zou je zelfs kunnen zeggen dat die overgewaardeerd is. De attractie waar ik het over heb heeft eigenlijk niet direct iets met Carnaval te maken, tenzij je het verhaal kent.
Het ligt buiten het sprookjesbos, ver weg van de populaire attracties. Een beetje ingeklemd tussen het Anton Pieckplein en de Villa Volta en heeft alles in zich om een topattractie te zijn. Helaas is het niet meer dan een veredelde speeltuin met een monorail. Vandaar dat het er meestal rustig is.
Dat is wel mooi want dan kan je de mooie aankleding bewonderen en de manier waarop de omgeving vorm heeft gekregen. Hoe de architectuur samenkomt met de (gemaakte) natuur. Mijn favoriete onderdeel is iets heel laag-bij-de-gronds. Iets zo normaal dat het abnormaal is; de waterstroom. Doorheen het themagebied loopt namelijk een riviertje. Het heeft een duidelijke bron en een duidelijk einde. Intussen gaat de rivier over in snelstromende beekjes, kringelt hij tussen huisjes, komt tot rust in vijvertjes om daarna weer verder te stromen onder bruggetjes.
Ik heb het over het Land van Laaf! Een land dat, naar mijn mening, niet genoeg liefde en aandacht krijgt. Niet van het publiek en ook niet van de Efteling zelf.
Het Land van Laaf is een relatief klein themagebied. Er zijn een hoop huisjes die dienen als diorama's over hoe de Laven leven en barsten van de details. Zo heb je het schooltje waar de jonge Laven naartoe gaan. De leraar geeft les van voor in het lokaal. De leerlingen richten zich op het schoolwerk. Of… ze doen alsof. Eén heeft geniepig het touw van de schoolbel in zijn hand en geeft eens in de zoveel tijd een ruk waardoor de bel klepelt.
In een bakkerij staan Laven, onder het neuriën van een deuntje, deeg te kneden. De snorren wippen op en neer. Een brood gaat de oven in. In een ander gebouw wordt drank gestookt. Belletjes ploppen, kleuren van drankjes worden gecontroleerd. En daartussen stroomt het riviertje de Lavenlaak.
Het gebied is ultiem het werk van Ton van de Ven. Zijn oosterse invloeden zijn her en der duidelijk te herkennen. Verder zijn de kleurkeuze en sommige ontwerpen uitgesproken Pieckiaans.
Helaas heeft het gebiedje niet de liefde die andere delen van het park krijgen. Het is kortgeleden nog opgeknapt. Maar het ontbreken van grote attracties zorgt ervoor dat de meeste mensen het links laten liggen. Alleen de monorail, een spoor met slakken dat door het land en de huisjes kringelt, weet bezoekers te trekken. Verder is er gewoon weinig te doen.
Ik hoop dat daar ooit eens verandering in komt. Al zie ik niet in hoe er attracties kunnen worden toegevoegd zonder de charme van het landje te vernielen. Want juist wie interesse heeft in de Laven en alle hints oppikt kan ze waarderen. En dat gaat niet als er een extra draaimolen komt, of een doolhof of iets wat afleidt van de omgeving, de huisjes en het verhaal.
Want wat hebben de Laven met Carnaval te maken? Nou… toen ze op zoek waren naar een nieuwe woonplaats (door onder de grond tunnels te graven) hoorden ze ineens boven zich "Alaaf" roepen. Dé kreet van Carnaval. En bij die kreet voelden de Laven zich wel thuis. Ze kropen omhoog en vestigden zich in het hart van Carnavalsland, in Noord-Brabant. In de Efteling.