Een van de beste aankopen van de afgelopen paar jaar was een slimme deurbel. Misschien heb ik de vaatwasser hoger staan, maar de deurbel staat toch zeker in de top drie. Ik hoef nu nooit meer de deurbel niet te horen of te missen dat er iemand in mijn tuin staat. De bel geeft namelijk niet alleen een melding als er iemand op de knop drukt, maar ook wanneer er gewoon iemand door mijn tuin loopt.
Als ik geklingel van mijn telefoon hoor kan ik een vlugge blik werpen wat er aan de hand is. Vaak is het de postbode of een jongeling die een krantje of folder komt brengen. Het kan ook de buurman zijn die zijn heg aan mijn kant bij komt knippen. Het is aandoenlijk om het buurjongetje behulpzaam achter hem aan te zien stappen in een poging zijn vader te helpen.
Ook pakketjes kan ik nu “aannemen” terwijl ik op het werk ben. “Zet maar neer!” of “Gooi maar in de papierbak.” zijn de opdrachten die ik aan gehaaste en gestresste bezorgers meegeef. En natuurlijk heb ik ook iemand van de woningbouw betrapt terwijl die door mijn tuin struinde, door de ruit van mijn woonkamer tuurde en mijn tuin afkeurde.
Maar soms krijg ik ook meldingen wanneer er niemand door mijn tuin loopt. Geen mens in ieder geval. Op zo’n moment moet ik even goed kijken, maar dan is het mijn kater Frank.
Om de een of andere reden denkt de deurbel dat er iemand in mijn tuin staat. Maar het is Frank die op de decoratieve waterpomp naast mijn voordeur zit en door de straat kijkt. Of zich zit te wassen of aan het dutten is in de zon.
Ik kan, net als bij bezorgers, natuurlijk ook tegen hem praten. De eerste keer dat ik dat deed, en hem verzekerde dat ik binnen een paar uur thuis zou zijn, was hilarisch. Frank sprong omhoog en keek met grote ogen naar de deurbel waar ineens de stem van zijn baasje uit kwam zetten. Helaas duurde de grap niet al te lang. Hij besloot al snel dat dit niet de grootste verrassing van de dag was en zette zich weer comfortabel neer op de pomp.
Het is natuurlijk niet alleen Frank die het hoort. Een paar jaar terug deed ik hetzelfde vanuit Kreta. Ik sprak hem aan met de boodschap dat het nog een paar dagen zou duren voor ik thuis was en dat hij zich niet ongerust moest maken. Toen zag ik vanuit de hoek van de camera dat de (andere) buurman ook buiten stond en een beetje verbijsterd naar mijn huis en deurbel staarde.
Het is dus een leuk speeltje op een hoop manieren. Maar het kan ook een last zijn. Vooral wanneer Frank op de pomp blijft zitten en de deurbel ervan overtuigd is dat er elke keer iemand in mijn tuin is. Dan kan mijn telefoon melding op melding op melding geven. “Er is iemand gedetecteerd!”
Dan weet ik dat er niet werkelijk iemand gedetecteerd is. Het is gewoon Frank die weer in de camera kijkt of een blik op de deur werpt. De camera herkent twee ogen, een neus en een soort gezicht en geeft een melding. Twee, drie, vier keer.
Toen ik vorig jaar rond middernacht in bed lag en nog wat lag te lezen gebeurde het weer. Een melding, en nog een melding, en nog één! Mopperend op Frank legde ik mijn boek terzijde en greep naar de telefoon. Ik had geen zin om eruit te komen en Frank binnen te laten. Hij kan omlopen naar het kattenluikje!
Maar toen ik mijn telefoon in handen had en de melding nakeek zag ik dat de camera zich niet had vergist. Er was een gezicht, er was een neus en er was een mond. Er was geen kat. Er was een mens! Een man stond in mijn tuin. Gebogen over de kiezels, en hij plukte met zijn vingers dingen weg.