Versteend zat ik in bed. Onzeker wat nu te doen. Alle opties lagen open. Moest ik naar beneden? Moest ik mijn bed uit? Mijn telefoon had ik in mijn handen en liet een live-beeld zien van mijn voortuin. Zwart-wit en grijs van de infraroodbeelden die door mijn voordeurbel werden gestuurd.
Ik was gewekt door een melding dat er iemand in mijn tuin was. Eerst dacht ik dat het mijn kat Frank was, maar het was een man die tussen de kiezelstenen aan het rommelen was. Na een tijdje verbijsterd te hebben gekeken had ik de man herkend.
Ik keek de beelden terug die mijn deurbel vanaf het eerste moment had gemaakt en aan mij had gemeld. Op de eerste beelden zag ik hem voor de deur staan. Zijn ogen lichtten op door de infrarood en hij keek verstrooid naar mijn deurbel en naambordje. Op dat moment wist ik het zeker. Ik kende hem! Ik herkende hem! Hij had nu een groezelige baard, zag er onverzorgd uit, was duidelijk onder invloed van drugs, drank of allebei. Maar het was hem!
Hij keek nog even in de camera en pakte toen iets uit zijn hand. De hand ging langs de camera omhoog en deed… iets. Daarna keerde hij zich af van mijn voordeur en keek naar de kiezelsteentjes in mijn tuin. Even leek het of hij ze bewonderde, toen boog hij zich voorover en begon te plukken tussen de steentjes.
Dit was het moment dat ik oorspronkelijk was gaan kijken naar de melding op mijn telefoon. Even bleef hij nog staan en waggelde toen richting de stoep en was verdwenen. Ik wachtte nog even. Misschien kwam hij terug. Maar terwijl ik bleef wachten besefte ik dat hij weg was. Nu sprong ik wel uit bed. Ik moest weten wat hij uit had gespookt en ging naar buiten om te kijken of hij nog in de straat was. Maar hij was verdwenen. En zo te zien had hij ook niets gedaan. Ik vond alleen een beetje grond op de deurbel. En niet eens over de camera.
Ik ging weer naar binnen en bedenken wat ik nu moest doen. De politie bellen? Ik voelde me niet veilig, maar ook weer niet zo onveilig dat ik dat moest doen. Ik kon hem natuurlijk ook proberen achterna te gaan. Ik wist waar hij naar terugging en hoe hij daar komen moest.
Het betrof namelijk een oude vriend. Ooit mijn beste vriend. Vroeger waren we onafscheidelijk. We belden uren met elkaar, kwamen bij elkaar langs en konden discussies voeren over de meest banale of serieuze onderwerpen. Maar op gegeven moment was er iets geknakt. Hij verloor zichzelf in drugs die steeds zwaarder werden. Iets waar ik niet achter kon blijven staan. Maar hulp hoefde hij niet. En hij wilde ook niets meer met mij te maken hebben. We verbraken het contact en herstelden het daarna weer.
Dat duurde niet lang. Ik verloor hem uit het oog tot hij liet weten dat hij werkloos en dakloos was. Helpen wilde ik hem wel, maar hij moest uiteraard wel werk zoeken. Maar hij liet weten nog nooit zo gelukkig te zijn geweest. Zwierf, letterlijk, door Gorinchem en woonde ergens in een tentje. Amicaal contact werd uiteindelijk steeds giftiger. Wanneer hij drugs had gebruikt volgde er een stroom mails met declameringen en aannames over geloof, religie en sektes.
Toen ik bedreigingen kreeg blokkeerde ik zijn mails. Het was het niet waard om mijn eigen psyche te offeren om hem te vriend te houden. Hoewel hij wellicht mijn vriend al niet meer was. Het deed me best wel pijn, maar het was beter zo.
En nu stond hij ineens voor mijn deur, duidelijk stoned en van de wereld. Als hij terugging naar Gorinchem, en daar twijfelde ik niet aan, moest hij over de dijk en over de brug. Ik kon hem zo inhalen met de auto en verhaal halen.
Maar wat schoot ik ermee op? Midden in de nacht gaan rijden om een drugsgebruiker die mij wellicht vijandelijk gezind was opsporen was gekkenwerk. Ik kon beter naar bed gaan en proberen deze episode te vergeten.
En zo deed ik. De volgende dag pas kwam ik erachter wat hij gedaan had. Toen ik thuis kwam zag ik modder over mijn naambordje. Misschien een symbolisch afscheid? Ik wist het niet en wilde het eigenlijk niet weten ook. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien en ik weet ook niet of ik juist heb gehandeld.
We zullen het nooit weten. Maar ik zal hem bij een volgende keer in ieder geval zien aankomen met mijn deurbel.