De drukke wereld van verheers en deel wordt af en toe ook mij te veel. Het is dan een fijn moment voor jezelf te nemen. En even weg te kijken van de wereld en internationale problemen. Gelukkig na een jaar stilte, eigenlijk een lange en ongemakkelijke kilte, was het weer eens tijd. Er werd een nieuw open dichterspodium voorbereid.
Met mijn moeder op sleeptouw togen we samen algauw, naar een aan de Woerkumse vestingwal gelegen oud PTT-gebouw. Met uitzicht over de plaats waar twee rivieren tot één komen. Volgens het beroemd gedicht Maas en Waal tezamen stromen. Voor een paar uur weg van de wereld en de druk luisteren naar gedichten en een enkel muziekstuk.
Terwijl ik daar was gezeten, in het achterste van de zaal, verbaasde ik mij over de kunsten der Nederlandse taal. Net als bij Wim Daniëls een paar maanden geleden werd mij duidelijk dat je een woord uit vele houten kan worden gesneden. Wim stelde toentertijd onversaagd: weet u wel dat ieder woord een masker draagt? Een betekenis zo simpel en klein kan met een ander woord ook hetzelfde zijn!
Ik vergelijk het gaarne met koken of braden in een keuken. Luisterend naar woorden op rijm begon het ook bij mij weer te jeuken. Ik luisterde en observeerde en besefte alras waarom ik over het dichten in een sfeer van koken verkeerde. Want kijk als men aan het bakken en braden slaat, weet je dat er na een paar uur al iets moois ontstaat. Het is een activiteit voor mensen met minder geduld. Omdat je het resultaat snel weten zult.
Je gooit ingrediënten in een kom. Draait de knop van gasstel of oven om. Kiest de temperatuur en bakvorm uit. En eventueel een kookwekker op het moment dat het deurtje sluit. En na het spoelen, schoonmaken en gieten kan je dan van een lekker gerecht of maaltijd genieten.
Met gedichten is het evenzo een zaak. Je kwijt je aan een complexe taak van woorden, zinnen en klanken. Voegt ze samen als waren het Franse druivenranken. En na gepuzzel en een warmteperiode heb je plotsklaps in je hand een taalkunst uit je vaderland.
Je mag er zelf van proeven en snoepen. Iets meer suiker en presentatie. En voor grote groepen presenteer je wat je hebt gemaakt en hoop je op adoratie. En zo geschiedde in dat oude Woerkumse gebouw met enkele tientallen rijmkunstenaars. Die zich rond de microfoon verdrongen bij licht van lamp en kaars.
Ik luisterde naar woorden over liefde en over zee. Over dictators, presidenten en wel en wee. Sommige van die rijmen nam ik ter harte. Anderen weer mee. En besefte in de veiligheid met regen buiten; we zijn nu in een staat en land van weltevree.
Dat werd onderstreept toen mijn ma zich naar mij boog, haar adem inzoog en zacht fluisterde als een stilte door lawaai gekust; je komt hier geweldig tot rust.
Ik beaamde en voegde toe, heel moreel: het is ook een beetje cultureel. Doch na twee uren was het voorbij en wachtte de boze buitenwereld weer op iedereen, dus ook op mij. De avond was inmiddels donker en warm terwijl wij terugliepen over de wal beneden de zuidelijke rivierarm. Ik zeg dit wellicht tegen beter weten in en overmacht, maar ik hoop dat Marcel niet wederom een jaar met een volgend rustmoment wacht.