Een paar maanden geleden ging ik naar de huisarts. De maand die ik Medische Maartmaand had gedoopt. Ik kom zelden bij de huisarts en als ik ga dan eigenlijk altijd in bulk. Heb ik ergens een pijntje? Dan wacht ik tot er een ander pijntje bij komt, zo maak ik meer meters. Tenminste, dat vind ik zelf.
Nu was het dus voor oorproblemen en omdat ik slecht sliep. Nu slaapt iedereen wel slecht, maar ik sliep werkelijk slecht. Al jaren. Minstens zes jaar ga ik al uit bed en een keer of vijf, soms zelfs vaker, naar de wc om te plassen. Ik dacht dat dit kwam door het ouder worden. Je hoort wel vaker dat oudere mensen plasproblemen hebben, en ik leef nu niet bepaald gezond.
Eén en één is twee, dus ik was halverwege de dertig al officieel oud. Ik probeerde van alles, maar het lukte niet. Niet meer drinken voor het naar bed gaan. Geen frisdrank meer. Goed uitplassen. In de nacht niet meer drinken.
Ik ben toen ook naar de huisarts geweest en door een traject gegaan waar dus mijn blaas werd getest, mijn bloed werd afgenomen en ik werd doorgelicht. Maar er kwam niets uit die uitslag. Zodoende concludeerde ik dat ik er maar mee moest leren leven.
Dat leren leven had vervelende bij-effecten. Ik sliep minder en rustte dus slechter uit. Zo gebeurde het dus ook dat ik overdag zomaar in slaap kon vallen. Tijdens het schrijven van een zaterdagstukje kon ik zomaar ineens weg zijn. Een serie of film kijken? Halverwege was ik vertrokken. Nieuws lezen op mijn telefoon? Gegarandeerd dat ik wakker schrok wanneer de telefoon uit mijn handen kletterde.
Zo heb ik dus jaren geleefd, en geslapen. Soms had ik “goede” dagen en nachten dat ik niet of nauwelijks naar de wc hoefde en dus ook niet of nauwelijks in slaap viel. Maar over het algemeen was het afzien. En het was ook niet dat ik er heel veel aan kon doen. De meeste mensen kunnen zichzelf dwingen om over hun grenzen te gaan en wakker te blijven. Zolang ze maar bezig blijven zullen ze eigenlijk niet zomaar in slaap kukelen.
Ik niet. Ik wilde niet in slaap vallen en toch zakte ik weg. Om uiteindelijk wakker te worden van iets, iemand of mijn eigen gesnurk. Dat het niet gezond was wist ik ook, maar wat de oplossing was wist ik ook niet.
Toen kwam mijn moeder langszij zetten. Ze had mij al vaker gepusht om ermee naar de dokter te gaan. Als ik, na een vermoeiende vrijdag, bij haar op de bank een slaapje probeerde te pakken viel haar op dat ik vaak mijn adem inhield. Ja, ik wist al jaren dat ik daar last van had. Apneu, Of, slaapapneu zoals het heet. En ze eiste min of meer dat ik naar de dokter zou gaan met dit nieuws.
Toen ik het de dokter zei was ze aanvankelijk een beetje sceptisch. Maar ik werd wel aangemeld voor een traject waar ik een test zou ontvangen om te meten of ik werkelijk slaapapneu had. Die molen startte vrij vlot op en een week of wat later kreeg ik een pakketje binnen met meetapparatuur.
Door middel van een filmpje en een boekje moest ik een soort horloge om mijn pols, een klem rond mijn vinger en een plakkertje op mijn borst. Die ik eerst moest scheren anders bleef het niet plakken. En zo ging ik een onrustige nacht in waarin ik meerdere keren wakker werd om naar de wc te gaan, en ik dan meteen voelde of alle aangesloten apparatuur nog wel goed zat.
Later in de week werd ik gebeld door een slaaparts. Die wist het mij meteen te vertellen; ik had slaapapneu. Dat is officieel wanneer je meer dan vijf keer per uur je adem inhoudt. Ik zat daar iets boven; vierennegentig keer per uur, gemiddeld. Dat wil dus zeggen dat ik per minuut, en vaker, mijn adem inhoud. Mijn lichaam, en geest, kwamen dus nooit aan rust toe! Doordat mijn lichaam steeds “wakker” was moest ik ook zoveel plassen en viel ik spontaan in slaap!
De uitslag werd gevolgd door een verbale afstraffing over mijn levensstijl en dat ik die moest aanpassen. Daarna kreeg ik het hoge woord; ik zou een cpap-apparaat krijgen om mij te helpen met ademen en uitgerust de nacht uit te komen.
Zelfs na jaren van nachtelijke plasjes voelde ik me nu pas werkelijk oud en wrak. En dat was alleen nog maar van de uitslag.