Deel 1
Ik heb eerder al geschreven dat mensen in staat zijn om leven en een gevoel toe te schrijven aan compleet levenloze objecten. Er zijn liedjes, verhalen en films over een hele trits aan spullen. Van dagboeken tot sleutels en huizen die allemaal worden geacht een eigen kracht en herinnering te hebben. Soms komen deze dingen zelfs werkelijk tot leven. Het hele plot van Pinokkio is erop gebaseerd dat hij een pop is die tot leven kwam om Walt Disney extra geld te laten verdienen. Eenzelfde geval met Toy Story.
Dat we dingen een gevoel meegeven is tot daar aan toe. Maar we dichten willekeurige spullen ook een eigen wil toe. Wie heeft er niet tierend bij een apparaat gestaan, smekend of die eindelijk wilde doen waarvoor het bedoeld was. Een computer die het blijkbaar tot zijn persoonlijke missie gemaakt heeft om je leven te vergallen. Een koelkast, boiler maar vooral auto’s.
Nu werken we daar zelf natuurlijk ook aan mee. Het is niet lastig om in de voorkant van een auto een gezicht te herkennen. De koplampen als ogen, de grille als mond, uitstekende spiegels als oren. Sommige auto's kijken blij, andere neutraal maar er zijn er ook die boos of chagrijnig kijken.
Het is niet alleen dat we auto’s kenmerken meegeven van levende wezens dat we ze een ziel toedichten. Maar misschien ook het oude reisideaal. Wie in vroeger dagen lange afstanden af wilde leggen gebruikte daarvoor dieren. Een ezeltje of een paard. En die dieren hadden natuurlijk een persoonlijkheid. Van eenzame reisverhalen zijn deze dieren niet zelden een dankbaar onderwerp waar het verhaal op leunt. De band America heeft zelfs een nummer dat ze naar de woestijn trekken met een paard. Dat dit paard geen naam heeft doet niets af aan de ervaring van de hoofdpersoon die op het laatst zelfs zijn paard moet laten gaan.
Auto’s krijgen dan ook namen. Ik heb iemand gekend die zijn auto de toepasselijke naam “Reisgenoot” mee had gegeven. En ik was er vroeger van overtuigd dat elke auto “Herbie” heette. Naar de Volkswagen Kever met een eigen wil.
Het is om deze redenen voor sommige mensen zwaar om een auto te laten gaan. Jaren terug heb ik een keer een televisieprogramma gezien waar op een sloperij een ware uitvaart werd geregeld voor auto’s. Met bloemen, toespraken en een viool die stemmig liedjes speelde terwijl een mechanische klauw het carosserie verbrijzelde en op een hoop bij de andere sloopauto’s gooide.
Natuurlijk is het zot om te denken dat auto's, of zelfs apparaten, gevoelens hebben. Laat staan dat je ermee kan onderhandelen of dat ze ook maar iets opschieten met een uitvaart. Toch wil ik het niet helemaal afschrijven. Vooral om mijn eigen ervaringen op dat gebied.
Toen ik een aantal jaren terug op zoek was naar een andere auto besloot de auto die ik toen had er ineens mee op te houden. Ik had al een andere auto op het oog. Ik had zelfs al een inruilprijs afgesproken. Het was nog een kwestie van dagen. En ik stond voor een verkeerslicht te wachten toen ik een sissend geluid hoorde. De koppakking was kaduuk en het koelwater stroomde met liters tegelijk onder mijn motorkap weg.
Het was dus of hij wist dat zijn tijd erop zat. En dat was jammer want het was een lekkere wagen. Dus: dag planning en hallo sloper!
De auto daarna deed het iets anders; na vier jaar was de auto de twintigjarige leeftijd gepasseerd, en net als Leonardo DiCaprio vond ik het tijd om voor een jonger exemplaar te gaan. Er brak dus een tijd aan van sparen, besparen en geld opzij zetten zodat ik een goed bedrag had om een goede auto te kopen.
Ik had niet heel veel eisen. Ik wilde alleen airco, centrale deurvergrendeling en elektrische ramen die wél werkten. En toen ik in december de balans opmaakte kon ik op zoek gaan naar een volgende bolide. Mijn oog, en enthousiasme, werd getrokken door een Citroën C3 in Veen. Ik heb het altijd al mooie auto’s gevonden en december in Veen… Het was mijn missie om deze auto te redden van de barbecue!
Maar het was of mijn Twingo wist wat er ging gebeuren. Afgelopen zomer stopte hij midden op een kruising met werken. Na het herstarten heeft hij nooit meer problemen gegeven, hoewel ik dacht dat het de bougies waren. De garage waar ik ‘m heb gebracht kon daar geen bewijs voor vinden. Een jaar eerder werd hij van achteren, terwijl hij geparkeerd stond, aangereden door een Audi. De Twingo kwam er met krasjes van af. De Audi moest worden weggesleept. En toen ik opnieuw instapte om naar een nieuwe auto te kijken brandde er ineens een waarschuwingslampje; de airbag zou niet meer kunnen airbaggen.
Het was of mijn paard, mijn reisgenoot, mijn tot dan toe trouwe Twingo ineens een psychopaat was geworden: als ik naar de slachter ga, dan ga jij mee!