Vorige week ging ik met mijn stiefvader naar een lezing van Wim Daniëls. Mijn stiefvader was heel enthousiast en zei het al eens over hem gehad te hebben. Ik moest echter bekennen dat ik geen herinnering (actief of niet) had aan Wim Daniëls. De laatste keer waar we blind in waren gestapt was Waylon. Maar zo erg kon het nooit meer worden.
Ik was blijkbaar een van de weinige mensen die geen idee had, want het was druk bij Bolderik in Sleeuwijk. Parkeren voor de deur lukte niet, naast de deur ook niet zodat ik een eind verderop mijn auto kwijt moest. Daarna stonden we in de rij voor de kassa te wachten om te betalen voor toegang.
In die rij werd ik geconfronteerd met een sociaal dilemma. Voor ons stond een vrouw, eveneens te wachten om te betalen en ik zag iets aan haar. Ik wist alleen niet zeker of ik het wel moest of mocht zeggen.
Laten we eerlijk wezen dat het dagelijks leven barst van dit soort dilemma’s. Soms zie je gewoon dingen aan een ander, en deze heeft dat niet door. Moet je hem of haar dan behoeden voor eventuele schaamte? Of veroorzaak je juist schaamte door het te zeggen? Zo was ik eens op bezoek bij mijn oma, we zaten aan de tafel te praten en ik zag haar snor op en neer bewegen.
Nu ben ik redelijk vrijuit denkend en vooruitstrevend. Maar ik ging er niet van uit dat mijn oma bewust haar snor had laten staan. Bovendien geeft het gewoon geen pas. Mijn oma met een snor? Nee, dankjewel. Een beetje schuchter wees ik mijn oma dus op de haartjes die duidelijk zichtbaar waren op haar bovenlip. Snel ging ze zich scheren.
Of zal je iemand iets zeggen wanneer je er zelf last van hebt? Je staat, of zit, te praten met iemand en tijdens dat gesprek kom je erachter dat die persoon gruwelijk uit zijn mond stinkt! Je hebt er zelf last van, maar zal je het ook zeggen tegen de ander? Heeft die zijn tanden niet gepoetst? Of rot er een kies weg en wacht hij, of zij op een behandeling? Is het netter en beter gepast om de marteling te ondergaan of kan je het beter even melden?
Dilemma! Het is ongemakkelijk om mensen te wijzen op persoonlijke of lichamelijke dingetjes. Geurtjes, puisten, pukkels of snorren.
Maar sommige dingen zijn natuurlijk ook een keuze. Met carnaval, zoals vorige week, zag ik bij de bushalte mensen staan in de meest uiteenlopende en beschamende kleren. Maar dat was dan blijkbaar de bedoeling. En zelf ben ik eens een keer gewezen op een scheurplek op de knie van mijn splinternieuwe broek! Maar het was toentertijd mode om een broek te hebben met, aangebrachte, schade.
En nu stond ik dus achter een vrouw en ik vroeg me af of het een keuze was. Een statement dat ze wilde maken. Misschien had ze bewust ervoor gekozen om er zo uit te zien en het aan de rest van de wereld te laten zien. Als ik haar dus aan zou spreken zou ik de illusie van een stil statement kunnen verbreken. Aan de andere kant wist ik dan wel zeker dat ze dit statement aan het maken was. Net als bij mijn kapotte broek van eerder.
Of dit was mode. Een mode waar ik niet van gehoord had. Of…
Ik hakte uiteindelijk de knoop door. Ik boog me naar voren en bracht de boodschap zo discreet mogelijk terwijl ik mijn blik niet af hield van het intrigerende object dat tot dit moment, als een soort Schrödingers’ kat, een fashion statement of een faux pas kon zijn.
‘Mevrouw.’ Mompelde ik. ‘Uw prijskaartje hangt nog aan uw trui.’
Gelukkig was het niet de bedoeling dat de rest van de wereld zou zien dat ze er vijfenvijftig euro voor neer had geteld. Ze bedankte me uitvoerig en trok het prijsje weg.