“Ik wil dat je nadenkt over deze vraag: over een jaar hoop ik…? Ik wacht graag op je antwoord!”
Daarmee eindigt het kennismakingsfilmpje met mijn persoonlijke coach en ik kijk even met een wazige blik voor me uit. Over een jaar hoop ik…? Wat hoop ik over een jaar? Wat wil ik over een jaar?
Ik was nu officieel zes weken bezig met afvallen. Iedere week volg ik trouw de groepssessies. Ik lees de zogenaamde kenniskaarten die mij worden toegestuurd. Ik beantwoord vragen en zorg ervoor dat ik naast mijn werk voldoende beweeg. Eén keer twintigduizend stappen waren er veranderd in vijf keer. Deze keer geen award of schouderklopje, maar soms kan ik er gewoon niet omheen en boek ik de twintigduizend.
Ik had een vast rondje gevonden bij mijn wandelingen welke ik leuk vond. Een saai rondje door het havengebied van Werkendam. Doordeweeks druk, in de avond en in het weekeinde een stilte en kalmte. Op de fiets naar het werk was zo’n routine geworden dat ik het niet eens bijzonder meer vond. Toen ik het liet ontvallen tegen een kennis vloog die bijna tegen het plafond van verbazing.
En behalve dat ene blipje omhoog was er een continue dalende trend in mijn gewicht. De 140 lag inmiddels achter mij en ik bestormde de 135 met een snelheid die mij een beetje angst aanjoeg. Deze bewuste woensdagochtend had ik mezelf gewogen en het gewicht geregistreerd. 136,7 gaf de weegschaal aan. Het was zulk een routine dat het even duurde voor het besef bij mij binnen kwam dat ik officieel vijftien kilo was kwijtgeraakt.
Van 151,8 naar de 136,7. In de voorwaarden die ik had moeten ondertekenen om mee te doen aan dit project stond dat er van mij werd verwacht dat ik één kilo per maand af zou vallen. Eigenlijk was ik nu voor de rest van het jaar klaar.
Ik had mijn keukenkastjes opgeruimd. Alle koekjes, snoepjes, aanmaak en sausjes had ik weggehaald. In mijn kelderkast stond nu een voorraad havermout en cashewnoten. Ik probeerde elke week nieuwe hacks te vinden. Om toch iets te hebben om op te knabbelen in de avond had ik rijstwafels. Door een mandarijn toe te voegen aan mijn ontbijt dat al verrijkt was met appel haalde ik in de ochtend al 2 stuks fruit per dag.
Er was geen sprake meer van een olietanker die stuurloos lag. Het was in het dok. De werklui zwermen uit over de dekken. Het water wordt weggepompt en de kranen tillen staal en ijzer aan boord. Aan touwen langs de zijkant hangen al de eerste waaghalzen die bezig zijn de verf weg te schuren. Steigermateriaal ligt klaar.
Mijn leven ligt nu in de steigers. Maar wat met de toekomst? Nu was het nog lente en de zomer naderde. Hoe zou het lopen en fietsen zijn in de winter? Zou ik op vakantie ook dit regime vol kunnen houden? Of mocht ik dan de leidsels laten vieren? Dat ook de werklui op vakantie gaan en ik de elementen van een ongezonde levensstijl weer even vat laat hebben op het schip?
Ik voel me zoals ik me altijd al voelde wanneer ik iets nieuw in handen kreeg. Bij het uit de verpakking halen van een nieuwe computer, een nieuwe tv of het besturen van een nieuwe auto. Een speeltje waarvan de mogelijkheden nog onbekend zijn en die ik nog moet verkennen.
Waar zou ik dus over een jaar zijn? Ik wist het niet. Ik had ook het gevoel dat ik het niet weten kon. Alles is nieuw. Alles werkt. Alles gaat goed. Voor hoe lang? Dat weet ik niet.
Over een jaar hoop ik… deze zin graag af te kunnen maken.