Er was nu bijna een maand verstreken sinds ik voor het eerst op de weegschaal ging staan en het glorieuze getal van 151,8 zag verschijnen. Vanaf daar ging het eigenlijk alleen bergafwaarts. Met in de eerste week zo’n harde val in gewicht dat mijn weegschaal dacht dat er een probleem was.
Dat was het beeld in de weken daarna. Persoonlijk wilde ik mezelf elke zondagavond wegen. Obsessief bezig zijn met mijn gewicht en elke dag kijken of er iets af zou zijn durfde ik niet aan. Bovendien; als je gewicht een procent per dag verschilt dan heb je het bij mij over hele kilo’s die in de rondte zweven.
Mijn werkelijke doel is nog steeds de 135. Gerekend vanaf de 150 is dat alsnog 15 kilo eraf, een goed punt om de balans op te maken. En na de eerste weging ging ik ervan uit dat het een kwestie van weken zou zijn voor ik daar aan zou komen. Ik maakte me wel een beetje zorgen, doorgerekend naar wat ik alleen al in de eerste week kwijtraakte zou ik zo rond augustus dienst kunnen doen als heliumballon. Of minstens verzwaard moeten worden om niet spontaan weg te zweven.
Gelukkig, of jammer afhankelijk van de blik die je hebt, vlakte de daling af. Nog steeds een respectabele daling elke week, maar na een maand hoopte ik onder de 140 kilo te geraken. Zondag woog ik nog 140,4. Persoonlijk had ik tot zondag willen wachten om weer een meting uit te voeren. Maar de club waar ik bij zit en mij nogal hinderlijk volgt met lessen, berichten en sessies wil woensdag ook een update van het gewicht.
Woensdag, na mijn wandeling, douchte ik en in mijn boxer stapte ik op de weegschaal. De hele tijd zat ik op hete kolen. In mijn hoofd werd al een feestje gevierd. Dit was de dag! Het was nog niet de 135. Maar het was een mooi tussenstation. Een beetje wanneer je na ergens op bezoek te zijn geweest, onderweg bent naar huis. Lokale mensen zullen herkennen dat de Merwedebrug of de brug bij Keizersveer in zicht komt. Bijna thuis!
Maar als ik ergens goed in ben, is het zelfkastijding. Toen ik mijn eerste laptop kocht, wilde ik daarna ook nog wat gaan drinken. Niet omdat ik niet met de laptop wilde spelen, maar juist omdat ik ermee wilde spelen. Lekker wat drinken terwijl je brein schreeuwt dat je naar huis moet gaan en als de donder dat ding uit moet pakken. Het moment komt vanzelf wel. En juist de spanning ernaartoe is fijn. Een soort voorpret voor de vakantie.
Na het tandenpoetsen, mijn boxer aandoen en nog één keer goed uitplassen was het moment daar. Ik ging op de weegschaal staan. Balanceerde even tot het gewicht was ingeseind en… 141,1.
Feestje afgelast. Ongelovig keek ik naar de cijfers, gaf op dat ik die absoluut niet geregistreerd wilde zien en deed het opnieuw. Maar 141,1 keerde ongenadig terug. En nog een keer. Drie keer is scheepsrecht en blijkbaar had de halve stroopwafel die ik mezelf die middag had gegund voor zevenhonderd gram extra gezorgd.
Als ik er iets positiefs uit wilde slepen dan was het dat ik niet zomaar weg zou zweven in augustus. Maar dat er ineens gewicht bij zou komen had ik niet op gerekend. Met een uitgesproken teleurgesteld humeur ging ik naar bed en de volgende dag zat ik een beetje in zak en as. Ik had gerekend op een afvlakking, maar zomaar ineens een opleving had ik niet verwacht.
Die dag moest ik vechten om niet weer op de weegschaal te staan. Het MOEST dalen! Het ZOU dalen! Ik deed mijn best! Dit had ik niet verdiend! Een beetje om mijn frustratie weg te poetsen ging ik die avond langer lopen dan ik normaal doordeweeks deed. Muziek brullend in mijn oren. Maar niet op de weegschaal! Ik wilde het. Ik had het zo kunnen doen, maar ik mocht het niet. Niet van mezelf. Als er een teleurstelling moest zijn, dan pas zondag. De dag dat er weer een update moest zijn.
Toen ik zondag wakker werd sprong ik dan ook bijna meteen uit bed. Deed mijn behoefte zo snel en hard mogelijk en sprong op de weegschaal. Ik was op alles voorbereid.
139,6.
Het was geen gepland feest in mijn hoofd. Toen ik een paar tranen liet was het dan ook meer van opluchting dan van blijdschap. Maar het smaakte zoeter dan die halve stroopwafel.