Doris Day (niet het liedje maar de actrice en zangeres) zong in 1956: “Que sera sera, whatever will be, will be.” Het is een grondslag voor wat ik noem: come what may. Een lijfspreuk die ik vaak gebruik voor dingen die moeten, maar niet leuk zijn.
Dit kan alle kanten op werken, natuurlijk. Het nemen van beslissingen die uiteindelijk goed uit moeten pakken. Maar ook die slecht uit kunnen pakken. Jaren terug had ik al besloten dat ik te dik was en dat ik niet van plan was er iets aan te doen. Come what may. Mocht ik moddervet sterven aan een hartklap? Ik had het geaccepteerd en ik had geleefd zoals ik wilde. Lang leven en uiteindelijk badend in je eigen stront vergeten worden in een verpleeghuis? Wie wil dat nou!
Maar ik ging het nu toch proberen. Met dezelfde kreet in het achterhoofd belde ik tien minuten nadat ik de slaaparts had gesproken mijn huisarts. Ik vertelde de assistente dat ik een GLI-traject wilde.
GLI staat voor Gecombineerde Leefstijlinterventie. Een zorgtraject waar een kring van hulpverleners probeert om je gezonde gewoontes aan te leren. In mijn geval stel ik me voor dat er drie mensen aan het stuurwiel van een olietanker staan te trekken in de hoop die iets bij te sturen voor het zich in de kade boort. Want zo zag ik het. Ik, een olietanker die onbestuurbaar op een kust af dendert en alle gevolgen voor lief neemt.
Bij de dokter werd ik gewogen (en zeker niet te licht bevonden) kreeg ik een bloedtest aangemeten en mocht ik aangeven wat mijn voorkeuren waren. En daarmee liep ik aan tegen meerdere problemen.
Ten eerste: ik weet dondersgoed hoe ik gezond moet leven en wat ik ervoor moet doen. En laten. Een broodje met pasta is geen gezonde start van je dag. Een pizza is geen goede avondmaaltijd en een zak chips wegkanen op de bank is geen geweldige besteding van je avond. Hoewel over dat laatste de meningen verschillen.
Liggen en slapen is geen beweging. En in de auto naar het werk is geen recept voor bewegen. Zelfs als ik de auto standaard een straat verder parkeer. Waar ik dus eigenlijk op zat te wachten was een regisseur. Iemand die mij in de gaten zou houden. Een stok achter de deur.
Dit maakte ik de huisarts ook duidelijk toen ik twee weken later bij haar op het spreekuur kwam. We hadden het nog wel even over ondersteunende medicatie of een operationele ingreep. Maar ze maakte daarvan dat ik daar pas na een jaar kans op maakte. En ik maakte duidelijk dat ik dat niet wilde.
Ten eerste was duidelijk wat ze bedoelde met die medicatie. Het fabelachtige ozempic. Hele volksstammen aan influencers, celebrities en alles ertussenin gebruikt het middel om de honger te stillen. Ik heb verschillende redenen om het niet te gebruiken. Ozempic is zo populair dat er te weinig is voor de mensen die werkelijk medische problemen hebben met diabetes. Die vallen nu buiten de boot nu mensen met overgewicht het middel gebruiken. Ook is het wondermiddel van levenslange aard; wie het gebruikt moet het de rest van zijn leven blijven doen. En het is geen pilletje, het is een spuitje dat je werkelijk moet halen.
De medische ingreep was dan weer een maagverkleining, of een sleeve of wat ze dan ook in je lichaam uit willen voeren. Ik zeg niet dat medische ingrepen slecht zijn. Ze zijn soms zelfs noodzakelijk. Maar een lichaam is, per definitie, niet gemaakt om in te snijden. Een medische ingreep is een risico. En ik had de gevolgen van een maagoperatie gezien. Ik heb mensen gezien die er baat bij hadden en veranderden in hunks of bodybuilders. Maar ik heb ook mensen gezien bij wie dat tijdelijk was. Ze gingen als een vreemde pokémon door een dunne fase, en veranderden daarna weer in het toonbeeld der hedonisme.
En boven alles, en ik wil hiermee niet mensen aanvallen die een operatie gehad hebben, voor mij voelt het als valsspelen. Ik had nooit werkelijk geprobeerd af te vallen. Ik had nooit werkelijk de tering naar de nering gezet en een omslag geprobeerd te verwezenlijken. Ik had de kennis die ik bezat nooit werkelijk in de praktijk gebracht. Dat wilde niet zeggen dat ik het niet kon.
Ik plande met mijn huisarts uiteindelijk een traject in. Vooraf was ik zenuwachtig. Achteraf was ik uitgeblust. Ik lag op bed met het idee dat ik begonnen was aan een klus die ik niet af kon maken. Ook niet af wilde maken. Vorig jaar vroeg ik aan mijn spiegelbeeld: “Quo vadis?” en nu wist ik waar ik heen moest. Het was enkel: come what may. Whatever will be, will be.