Een tijd terug schreef ik dat ik een nieuw bed had gekocht. Dit omdat mijn oude bed uit elkaar dreigde te vallen. Te veel bonkte, kraakte en piepte en omdat ik rugproblemen kreeg. Het had ook te maken met mijn leven in de steigers.
Het Cpap-apparaat was een zegen en een vloek. Toen ik nog 93 keer per uur wakker werd, had ik weinig last van mijn rug. Maar nu ik de hele nacht door sliep en niet meer bewoog, begon de gedwongen verkeerde houding door te werken. Ik werd wel wakker, en uitgerust. Maar met een gebroken rug.
Vandaar dat ik halsoverkop een ander bed nodig had. Anders had ik nog wel een reparatiepoging willen wagen. Maar wanneer je toch bezig bent kan je het beter meteen goed doen en een ander nieuw bed aan laten rukken.
Die stond nu op de slaapkamer, in elkaar en hij sliep een stuk beter dan de eerste nacht. Ik werd in elk geval niet meer gebroken wakker. Het is een vreemde paradox dat het in de steigers zetten van een leven, vooral als het afvallen is juist bestaat uit afbraak.
Ik wilde vijftien kilo verliezen, of 16,8 als ik preciezer ben. En dat is dan, eigenlijk, een weg vooruit. Net als dat je bij het achterlaten van je haar bij een kapper moet betalen, of het storten bij de vuilnisbelt.
In de eerste week was ik nog bang dat het niet helemaal zou lukken. De afgelopen jaren had ik al vaker een dieet gevolgd. Of, nou ja, geprobeerd. Ik paste nauwelijks iets aan maar probeerde snoep, de chips en chocolade weg te houden. Dat duurde meestal tot een gezellige avond en ik weer een hap chips nam.
Ik vergelijk het graag met het te hard rijden over een weg. Je mag tachtig, maar met een vaartje van honderd knal je door de polder. En ineens staat er, heel stiekem, achter een bosje verscholen, een busje met een flitscamera. Een vloek later weet je dat je binnenkort een heel dure actiefoto op de mat kan verwachten.
Op dat moment maakt het ook niet meer uit. Je hebt de boete al, dus je kan met dezelfde snelheid doorgaan. Betaald heb je en je kan er dan maar beter van genieten.
Zo stond ik ook bij al die mislukte diëten. Eén hapje chips, een stukje taart of wat dan ook en ik gaf het op. Geef die boete maar, en geef me taart! Geef me chocola, het liefste wit of gevuld met praliné!
Nu was ik begonnen met een stok achter de deur. Ik wilde mijn coaches niet chagrijnig maken, ik wilde mijn groepsgenoten niet teleurstellen. En ik mocht me niet af laten leiden door tegengeluiden. Een lid van mijn Werkendamse DnD-groep stelde dat hij ook een GLI-traject (hij spreekt het fonetisch uit dus glie) volgt dat nu op zijn einde loopt. En dat hij zwaarder is dan voor de start van het traject.
Iets wat mij niet zal gebeuren. Zo houd ik mezelf in ieder geval voor. Tegen de verwachting in ben ik geworden wat ik vreesde. Ik lees de informatie die op de verpakking staat. Slaak kreten bij die van borrelnootjes, weiger nog Roosvicee te drinken en weeg mijn ontbijt per gram af en voer ze in in de bijbehorende app.
Soms gun ik mezelf een zoetigheidje. Een stukje taart omdat een collega jarig is mag wel. Maar dan een heel klein stukje. Een tompouce, zoals met Koningsdag, mag ook. Maar dan door de helft! En een frietje met een frikadel speciaal kan ik nu de hele week naar uitkijken. En elke avond lopen. Lopen tot de zon op komt.
Mijn horloge houdt mijn stappen bij. Mijn telefoon telt de bewegingen en ik word enthousiast als ik een prijs uitgereikt krijg van mijn telefoon voor een goede week, een goede nachtrust of twintigduizend stappen op een dag! Daarentegen was ik heel chagrijnig toen mijn horloge geen stappen detecteerde en ik een prijs misliep. Dit omdat ik de rolstoel van mijn stiefvader voortduwde en het onding dacht dat ik niet bewogen had.
Ik hoopte op een kilo per maand. Misschien iets minder. In ieder geval had ik mezelf voorgenomen niet obsessief bezig te zijn met wegen. Niet dagelijks, niet elke ochtend. Maar netjes per week, of wanneer het GLI-traject erom vragen zou.
Zodoende stond ik na anderhalve week op de weegschaal. Eentje verbonden met mijn telefoon waar een app netjes zou registreren wat ik was aangekomen. Of afgevallen.
De grap is dat een weegschaal aan een te zware persoon vraagt om niet met twee mensen tegelijk op de weegschaal te staan. En nu ik me aan het wegen was kreeg ik inderdaad te maken met een foutmelding. Niet omdat de weegschaal uit ging van een tweede persoon. Maar wel dat ik de boel aan het oplichten was.
Ineens was ik namelijk bijna drie kilo kwijt. Ruim vier kilo sinds het begin van de meting. En dat kon volgens de app en de weegschaal nooit kloppen. Maar toch was het zo. Ik woog me opnieuw, en opnieuw. En het bleef er staan. 147,3. Een hele daling vanaf de 151,8 een week eerder. Ik werd er zelfs een beetje bang van.
Vier en een halve kilo kwijt. Waar het gebleven is weet ik niet. Maar ik heb de eerste horde genomen. Nu door naar de 135. En vanaf daar? Come what may.